Onzichtbare besmettelijkheid wordt zichtbaar in de Albert Heijn

Zo, zeg! Dat meen je niet! Ga ik nou huilen in de Albert Heijn?! Niet een paar tranen, maar een zee aan water voel ik opkomen. Jezus, wat is er toch met mij aan de hand? Ik stap de Albert Heijn binnen en voel me plots ontzettend naar. Ik zie mensen elkaar ontwijken. Mensen die merken dat ze niet op anderhalf meter afstand zijn en dan van schrik opzij stappen. Ook als ik langs loop. Alsof de besmettelijkheid rondwaart. Alsof ik besmettelijk ben! Het is alsof de onzichtbare besmettelijkheid opeens toch zichtbaar wordt. Ik zie schrik en angst in ogen. Ogen die van elkaar wegkijken in plaats van elkaar opzoeken. Ik wil hier niet zijn, maar ben er wel. Ik begrijp die strijd in mezelf niet. Wil ik nu ook niet begrijpen, want ik wil die zee aan tranen niet. Niet hier. Niet nu. Ik houd dus mijn tranen in, doe heel snel mijn boodschappen en pink af en toe een traan weg die zich door mijn weerstand niet laat wegdrukken. Zodra ik in mijn auto zit, barst ik in tranen uit.

“Gaat het wel?”, vraagt mijn vriend bij thuiskomt. Nee! Zonder verder te vragen sluit hij mij in zijn armen. Ik huil dikke, dikke tranen. Wat een shit-tijd is dit, zeg ik. Ik ga geen boodschappen meer doen hoor! Dit trek ik gewoon niet. Ik vind dit zo ontzettend naar! Dit is toch niet normaal man! Al die mensen die zo raar doen! Ik snap het wel hoor, maar ík trek dit niet. Mijn kinderen van 16 en 18 kijken me met grote ogen aan; Hoezo mama?

Het is nog maar de derde week van onze lockdown. Dit moment in de Albert Heijn is mijn sleutelmoment van 2020. 

Ik snap het werkelijk niet meer…

Die zee aan tranen snap ik niet. Het stapelt zich op de woede die ik eerder voelde toen ik mensen op straat zag die zich niet hielden aan de maatregelen. Ik stond voor de TV en hoor mezelf nog uitroepen: Ik snap er niks van! Ik snap er wer-ke-lijk niks van! Hoe kan het dat mensen zich niet willen houden aan de maatregelen? Voelen zij dan niet de zorg voor elkaar en voor de gemeenschap? Tranen vloeien rijkelijk… Ik snapte die mensen niet. En ergens snapte ik mezelf ook niet. Ben ik dit? Die woede, mijn verdriet, mijn onvermogen… “Ik snap dat je boos bent”, zei mijn vriend, “maar is dit niet een beetje teveel? Waar komt die boosheid toch vandaan?” Ik wist toen het antwoord niet.

Het kleine eenzame meisje in mij laat zich zien

Ik zit buiten in mijn tuin. De huilbui na mijn bezoek in de Albert Heijn is nu een paar dagen geleden. Het is nog vroeg in de ochtend. Ik geniet van de zon, de stilte en de zingende vogels. Waar komt die felheid en mijn enorme verdriet toch vandaan, vraag ik me al dagen af. In alle rust zoek ik nu naar haakjes in mijn leven en vind die in mijn kindertijd: in de tijd dat ik leukemie had. Ik was anderhalf toen ik het kreeg en was zeven toen ik genezen was. In die tijd waren we alert op kinderziekten. Als ik die ziekten erbij zou krijgen zou dat de behandeling van de leukemie op zijn minst tegenwerken. Ook op school waren ze alert. Ik bleef thuis als er een ziektegolf was. Die quarantaine was voor mij en mijn zusje vanzelfsprekend. We speelden dan in onze tuin dat op een speeltuin leek met een schommel, een rekstok en een grote zandbak. Ik was kaal en behoorlijk ‘gezet’ door de prednison. Ik was daardoor ‘anders’ dan andere kinderen. Ik denk dat in de Albert Heijn, mijn lichaam een herinnering bij me bovenbracht waarvan ik me niet bewust was. Het ontwijken, het terugdeinzen, de schrik in de ogen van mensen herinnerde mij aan de tijd dat mensen diezelfde bewegingen maakten bij het zien van mijn kale hoofd toen ik 4, 5, 6 jaar was. Alsof ze dachten dat dat besmettelijk was. Ik snapte daar toen niets van en kon daar ook niets mee. Deze lichamelijke herinnering in de Albert Heijn deed me beseffen hoe naar dat toen voor mij als klein meisje moet zijn geweest; hoe verdrietig en eenzaam. Misschien had ik toen ook een zee aan tranen die ik heb weggeduwd. Tranen die ik bij me heb gehouden, want ook toen al was ik een echte strijder, een overlever, zelfs een heel vrolijk kind.

Wat is van NU en wat hoort bij mijn verleden?

Nu ik besef dat mijn reacties voortkomen uit mijn verleden, verandert werkelijk álles. Ik voel complete rust. Mijn hoofd is opeens rustig, mijn hart ook. Alles valt op z’n plek. Ik snap nu ook de strijd in mij. De strijd die niet past bij wie ik NU ben. Ik ben namelijk helemaal niet bang voor het virus, laat iedereen graag in zijn of haar waarde en heb respect voor ieders mening en houding ten opzichte van wat dan ook. Ik besef als geen ander hoe ieders levensgeschiedenis maakt dat ieder zich op zijn of haar eigen wijze heeft te verhouden tot dit virus en de maatregelen die genomen worden. Ik besef nu nog meer hoe vast je kunt zitten in je kwetsuren zonder je daarvan bewust te zijn. Dat op zoveel lagen en gebieden in je lichaam herinneringen opgeslagen worden. Het raakt me enorm dat die kwetsuren mij nog steeds zo in de greep kunnen hebben. Dat ze mijn ‘zijn’ bij tijd en wijle geheel over kunnen nemen. Dat gebeurt blijkbaar gewoon. Bij mij, bij ieder van ons. Het vraagt mij en mijn nabije omgeving om alert te zijn. Om stil te staan bij wat klopt en wat minder lijkt te kloppen. Om elkaar te bevragen op wat je bij jezelf en elkaar ziet en tegenkomt. Die openheid over en weer geeft zoveel inzicht, helderheid en zoveel meer begrip. En ook al denk ik, dat verleden daar ben ik nu toch wel een keer klaar mee? Toch blijkt het steeds nog een laagje dieper zich te moeten openbaren.

In het NU mag ik opnieuw mijn plek innemen

Dat kleine meisje in mij, dat zich geen raad weet af en toe, zij is deel van mij. Ik geef haar aandacht en liefde. Soms zet ik haar ook op de plaats: Nu even niet! Dan zie ik haar nog steeds maar laat me niet door haar leiden. Dat heeft tot gevolg dat ik opnieuw naar alles kan kijken en ook naar wat ik te doen heb: NU. Zo maakte ik dit jaar drie series: uitzendingen die een mooi tijdsbeeld geven van 2020. Ik spreek mensen over schoonheid en troost en of we nu in een evolutie of revolutie zitten na corona. Ik start de community ‘I See You 2’ omdat ik het zoveel fijner vind dat we elkaar in de ogen kunnen blijven kijken ook als we verschillend denken. Sinds vorige week heb ik een geheel nieuwe website omdat ik behoefte had aan een nieuwe duidelijke plek. Ergens denk ik dat als je het verleden een eigen plek geeft, je pas dán ook in het NU een eigen plek kunt innemen. Een plek die meebeweegt met waar je op dat moment bent. En het is fijn als dat een moment in het NU is. Dat inzicht heeft mijn sleutelmoment in de Albert Heijn mij gebracht. En dat is best een hele fijne. Ik sluit dit jaar dan ook graag af met een serie Sleutelmomenten van 2020. Fijn was het om mensen hierover te spreken én aan een groter publiek te laten weten dat dit bizarre jaar ook pareltjes heeft gegeven. Dit was de mijne. 

Ik wens jullie een liefdevol 2021! 

Dit essay schreef ik voor het 'New Financial Magazine' #03/2020

Mijn worsteling

“Laten we dit gesprek eindigen”, zegt een goede vriendin van mij.
“We komen er toch niet uit. We staan beiden zo anders tegenover de corona-maatregelen en de naleving ervan, ik wil niet dat het onze vriendschap in de weg staat.” 
“Dat hoeft toch ook niet?” zeg ik, maar voel dat ze er helemaal klaar mee is.

Verbijsterd zit ik op de bank. Verward over hoe dit mogelijk is, met mijn beste vriendin nog wel. Boos over dat ze me naïef vindt. Wie is hier nu naïef?! Zij die gewoon de regels volgt en zegt dat als we dat een maand of twee allemaal doen we er helemaal vanaf zijn? Of ik die kritisch meekijkt, meedenkt, leest, onderzoekt en mijn gezond verstand laat werken? En doet het ertoe wie gelijk heeft? Niemand weet nog wat juist is om te doen. Maar goed, het is niet de  eerste keer dat ik een gesprek hierover heb dat zo eindigt. Dat raakt me. Waar gaat de strijd over? En hoe kunnen we in verbinding blijven, ook als we niet gelijk denken en handelen? Hoe kunnen we elkaar in de ogen blijven zien?

Waarover en waarvoor strijden we?

We hebben allemaal onze ideeën over de coronamaatregelen. Meningen die in meer of mindere mate van elkaar verschillen. De een vindt dat ze terecht zijn en zelfs aangescherpt kunnen worden, de ander heeft het gevoel dat er iets niet klopt en kijkt kritisch mee. Ik behoor tot die laatste groep. En terwijl we strijd hebben over de coronamaatregelen en of we ze wel of niet voldoende naleven, strijden we misschien vooral met onszelf: met hoe deze maatregelen onze leven raken en oude pijn opnieuw gevoeld wordt. Laat ik naar mijzelf kijken. Ik word verdrietig van het eenzame studentenleven van mijn zoon. Dat wat studeren eerder leuk en enerverend maakte, de ontmoetingen, het kroegleven, sporten, het samen studeren, dat is niet meer. Alles gebeurt online en alleen in een kamertje. Hij doet zijn best en is absoluut niet zielig, maar toch… Mijn moederhart gaat tekeer en is enorm in verweer. Mijn eenzaamheid van vroeger voel ik daarbij weer. Mijn werk als zelfstandige wordt elke keer vooruitgeschoven. Mijn planning, het momentum van de programma’s, mijn inkomen… Het staat én valt. Mijn leven is in veel opzichten onvoorspelbaar. Het vraagt me om flexibel te zijn, veerkrachtig, inventief, creatief, positief en nog veel meer. En dat lukt me. Toch moet ik daarvoor extra mijn best doen, omdat de maatregelen en de strijd die ik hierover  heb, waarden raken die voor mij belangrijk zijn. Ik heb mijn hele leven gestreden voor keuzevrijheid, voor contact en om geheel mezelf te mogen zijn. Ik heb genoeg angst en strijd gekend om nu te kiezen voor liefde en vrede: voor een leven inclusief alles, ook de dood. Maar hoe doe ik dat nu in deze tijd? Als ik naast de verbinding met mezelf ook in verbinding wil blijven met de wereld om me heen?

Ervaringen delen in plaats van conclusies

“Maria, ik heb tien mensen om mij heen verloren aan corona”, zegt mijn zangdocente. Tien mensen! Dat is ontzettend veel en zo intens verdrietig. Ze vertelt en mijn hart gaat open. Ik wil haar knuffelen, maar in plaats daarvan vraag ik naar dit grote verlies en wat het met haar doet. “Ik ben bang”, zegt ze. “Ik houd me strikt aan de regels om het virus niet te krijgen en de ouderen in mijn omgeving niet te besmetten.” Ik snap dat heel goed. Als ze mij vraagt naar wat deze tijd met mij doet vertel ik haar over mijn zoon, mijn moederhart die het lastig heeft, en de rest. We doorvoelen het leven van elkaar en weten ons gesteund. Wat een heftige tijd is dit toch. Als we ons gesprek vervolgen en het hebben over de ingezette maatregelen verandert de sfeer. Het zet ons weer recht tegenover elkaar. Dat leert mij dat wanneer we ervaringen delen we in liefde en respect samen zijn, ook al verschillen we van mening. Meningen en conclusies maken ons strijders.

De cultuur van ‘kom en leer mij’

Wanneer bewegen we naar elkaar toe en wanneer duwen we elkaar liever weg? Een maand geleden sprak ik Mark Nepo, een spiritueel schrijver uit Amerika. Hij vertelde illustrerend over de eerste grotbewoners die ontdekten dat ze niet alleen waren. “Wie ben jij?”, vraagt de man in de grot. “Jij bent anders, ga weg!” Misschien was dat wel het begin van de ‘go away tribe’, gebaseerd op angst voor het onbekende. De andere grotbewoner die buiten staat zegt: “Hej, jij bent anders. Wie ben jij? Kom leer mij dingen”. Uitgangspunt bij de ‘come teach me tribe’ is dat we van elkaar willen leren, elkaar bevragen en alles wat we weten met elkaar delen. Tot welke stam behoor jij? De paradox is dat we tot beide stammen behoren. Al weet ik dat ik vanuit mijn hart bij de lerende stam behoor, dadelijk kan iets mij heel bang maken, waardoor ik van stam wissel. Dan vraag ik jou om me eraan te herinneren dat we elkaar nodig hebben, zegt Mark Nepo. Want angst is niet iets om je leven op te bouwen. Angst moet je wel doorleven, je hoeft het niet te gehoorzamen. Als ik mijn angst zou vragen wat ik nodig heb, zegt het altijd dat ik nog meer angst kan gebruiken. Dus ik kan beter mijn angst kalmeren en mijn hart om hulp vragen. Als ik bang ben, zoek ik naar bevestiging van wat ik al weet. Ik sta niet open om te leren of iemand te bevragen over wat ik nog niet weet. Deze tijd nodigt ons uit om intiemer te worden met het onbekende en daarbij elkaar op te zoeken in plaats van weg te duwen. Liefde te voelen in plaats van angst.

Zing je lied!

Ik wil iets doen! Maar wat? Moet ik mijn stem laten horen of juist niet? Ben ik een deel van de stille revolutie? Of kan ik enkel vertrouwen, hoop geven en licht brengen? Ik probeer het allemaal uit. Tot ik Mark Nepo hoor vertellen over de vogels en hun meesterschap als het gaat om community. Elke dag, zodra het licht wordt, zingen de vogels. Zo brengen zij hun community in kaart, ze herpositioneren zich en geven elkaar voldoende ruimte voor die dag. Elke dag opnieuw. Wat we van vogels leren is om ons lied te zingen, zodat wij onze ruimte in de gemeenschap innemen, elke dag opnieuw. Omdat anders de dag gebaseerd is op oude kaarten. In tijden van angst en onzekerheid is het juist van belang om zichtbaar te zijn, ruimte in te nemen, voluit zijn wie je bent. De protesten die we nu zien, zingen hun lied: ze brengen de gemeenschap up-to-date, wij doen dit samen.

Voorbij de strijd: I See You

Laten we elk ons lied zingen en als we tegenover elkaar staan elkaar in de ogen kijken; elkaar zien, horen, voelen. Dan zie ik jou en jij mij. In jouw ogen zie ik jouw blijdschap, jouw boosheid, jouw verdriet: zie ik jouw verhaal. Jij ziet de mijne. Ook zie ik dat jij je best doet. Met alles wat je in je hebt haal jij uit het leven wat erin zit. ‘I See You’, zouden ze zeggen in de film Avatar: Ik zie jou fysiek, ik zie je ware essentie, de goedheid in je ziel. Hoe betoverend is het om mijzelf te zien door jouw ogen en te ontdekken hoe verbonden we zijn. Magisch toch?


Lees verder in het New Financial Magazine, thema 'We kunnen beter...': https://www.newfinancialforum.nl/magazine/winter-2020/48

Inmiddels ben ik gestart met het initiatief 'I See You 2'
Op Facebook vind je de community. Word lid via: https://www.facebook.com/groups/3800691936679371

Zie ook onze website: http://www.iseeyou2.nl

Dit essay schreef ik voor het 'New Financial Magazine' #03/2020

Corona zet de wereld op z'n kop

“Ik geef je even geen hand”, zeg ik, een week voor de intelligente lockdown.
“Vanwege het coronavirus?”, vraagt de ontvanger vol ongeloof.
“Ja”, zeg ik vastberaden. Ik hoor het mezelf nog zeggen. Ik, die graag dichtbij mensen is en zo graag knuffelt.

Het coronavirus zet mijn wereld even helemaal op de kop. Het vraagt me continu om bij mezelf te rade te gaan. Het maakt deze tijd boeiend, maar ook vermoeiend. Er gebeurt zoveel! Alles tegelijkertijd. Zowel privé, zakelijk, het samen-leven, alle ‘gedoe-tjes’. Wat doet dit alles met mij? Hoe wil ik mij verhouden tot het virus dat inmiddels sluimerend is, de anderhalf meter samenleving, het nieuwe ‘normaal’? Hoe kijk ik naar de tegenstrijdige berichten over de werking van de medicijnenmix, wat vind ik van de censuur op de berichtgeving over het virus? Het lijkt alsof ik volledig vóór of volledig tegen moet zijn. Wat is dan de middenweg? Een verwarrende tijd en ook een geweldig interessante! De verandering van tijdperk, waarover Jan Rotmans spreekt, komt aardig dichtbij. Het ‘oude en vertrouwde’ is niet meer en de toekomst is zo onvoorspelbaar dat we enkel het NU kunnen overzien. En durven we in dát spanningsveld keuzes te maken die vernieuwend zijn? Of zijn die keuzes gericht op het terugkrijgen van wat we eerder hadden? Willen we herscheppen of herwinnen? Ik bevraag mezelf: In hoeverre houd ik vast aan mijn oude grond of sta ik open voor het nieuwe? Op welke grond wil ik eigenlijk staan? En wat heb ik dan te doen?

Schoonheid en troost in coronatijd

Vanaf dag één van de lockdown geniet ik enorm; van het thuis zijn, mijn gezin, thuis werken, mijn tuin, de zon, de stilte. Onderwijl spettert de onrust en angst vanaf de TV mijn huiskamer in. Ik vind het naar dat er zo ingespeeld wordt op mijn emoties, opdat ik me slachtoffer voel en bang moet zijn. Dat ben ik niet. Ik vind juist dat we veerkrachtig zijn, hulp bieden aan hen die het nodig hebben. Ik verbaas me dan ook enorm over de eenzijdigheid van de informatie die we aangereikt krijgen. Mijn boosheid daarover zet ik om in actie, want zo doe ik dat. Ik besluit om dagelijks iemand online te ontmoeten en daarvan een uitzending te maken die ik verspreid via social media. Ik heb behoefte aan een breder beeld van wat er speelt in deze tijd. Ik wil er graag over in gesprek: hoe ervaren we deze tijd, wat is schoonheid en wat geeft ons nu troost? Zo vul ik mijn gemis op en spreek ik vijftig mensen. We hebben het over de volheid die ons leven geeft in een andere betekenis dan voorheen; oog hebben voor dingen waar we anders aan voorbij vliegen, de natuur die zich herstelt, de vogels die zich meer laten zien, de rust die we toelaten, het alledaags geluk door eenvoudiger en rustiger te leven. “Deze tijd maakt nederig”, zei iemand. En zo voel ik het ook. Te beseffen dat de wereld toch niet maakbaar is, ook mijn eigen wereldje niet. Dat de plannen die ik had zomaar anders lopen en dat dat niet te reguleren is. In plaats van alles onder controle te hebben confronteert dit virus ons met onze sterfelijkheid. Staat opeens alles stil. Krijgen we wereldwijd de tijd om na te denken; Wat zijn we aan het doen en wat is nu werkelijk belangrijk? Voor mij is dat het wel en wee in mijn gezin en mijn familie, dat alles er mag zijn, dat ieder zijn talenten leeft en elkaar helpt om het beste uit zichzelf en uit elkaar te halen. Wij zijn samen een team. En dat besef is bijzonder. Evenzo bijzonder is het dat we van de ene op de andere dag allemaal thuis blijven, uit zorg voor de kwetsbare mensen onder ons. Onvoorstelbaar toch? Maar we doen het! Wij doen dit samen.

We willen de dood veroveren: Ben je voor of tegen?

Wanneer het rustiger wordt op de intensive care en de handhaving gelijk blijft begint het te schuren. ‘We willen eigenlijk de dood veroveren’, zo schrijft Charles Einstein. ‘Maar dat gaat niet: De dood is deel van het leven. Als we de dood onder controle hebben, dan offeren we het leven’. En zo zie ik het ook. Ik wil graag het leven léven en het leven nemen zoals het voorbij komt, inclusief alles. Corona is voor mij deel van dit leven, een gevolg van de keuzes die wij maken en hoe wij onze wereld hebben vormgegeven. Deal er maar mee! Dus hoe kan ik nu de blijvende maatregelen accepteren en het wachten op het vaccin als dé ultieme verlossing, serieus nemen? De crisis houdt stand terwijl de noodzaak (de overvolle IC’s) er niet meer is. Angst regeert, in plaats van de liefde voor het leven. Ben jij voor of tegen, is waar het over gaat. Boeiend proces om mee te maken en frustrerend ook. We doen het niet meer samen, maar verdelen ons in twee kampen en zoeken allen naar de waarheid. Dé waarheid is belangrijker dan het onderzoek naar die waarheid. Het leidt ons af van waar het werkelijk om gaat. En zelfs dát is niet meer duidelijk. “Laten we helder zijn", zei een vriend: “We weten niks anders dan via anderen en omdat die anderen allemaal wat anders zeggen weten we niks.” Wereldwijd zijn we verdeeld in twee partijen: De ene wil de dood veroveren, de andere wil het leven leven. De ene wil herwinnen, de andere wil herscheppen. Hoe krijgen we dat nu bij elkaar? 

Het nieuwe ‘normaal’ geeft zicht op levenslessen en op onze waarden

Het nieuwe normaal, de 1,5 meter maatschappij, waarin we elkaar op afstand houden komt eigenlijk in oorsprong tegemoet aan onze behoefte aan veiligheid, om de dood op afstand te houden. Het is een regulering die angst versterkt, vooral bij mensen die bang zijn voor de dood. Deze tijd raakt mensen stevig in wat zij innerlijk nog te verwerken hebben. Levensissues die we eerder van ons af konden houden, komen dichterbij dan ooit. Een interessante ontdekking, die tegenovergestelde beweging. Zorgwekkend ook omdat niet ieder hiervan bewust is en bij machte om die angst een fijnere plek te geven. We willen er vaak liever vanaf, dan ernaar kijken. Maar angst laat zich niet wegsturen, het blijft om aandacht vragen, totdat het onze volledige liefdevolle aandacht heeft.
Mensen die niet bang zijn komen in verzet tegen die 1,5 meter en vragen zich af: Hoeveel van mijn waarden wil ik opofferen alleen maar voor de veiligheid? Waarden zijn vaak diep geworteld, dus als je die wortels aanraakt kom je aan hun grond, die voluit wordt verdedigd.
De intelligente lockdown vond ik een mooie vondst. Dat intelligente deed een beroep op mijn eigen verantwoordelijkheid. Wat nu als we onze verantwoordelijkheid oppakken en kijken naar wat er werkelijk speelt: Ieder voor zich, maar ook als samenleving. Naast een gezondheidscrisis en een economische crisis, verkeren we ook in een waarden-crisis. Zullen we onze aandacht verleggen? In plaats van reguleren en moraliseren kijken naar wat we van waarde vinden. Je kunt pas reguleren als je weet op welke waarden ze gebaseerd zijn, toch? Normen en reguleringen komen voort uit de weging van waarden. Ja, en dan hebben we weer aandacht voor waar het werkelijk over gaat en aandacht voor elkaar. Zullen we dat dan het ‘nieuwe normaal’ noemen?  

Liefde is de werkzame en verbindende factor in het midden

Voor mijn zoektocht naar het magische midden, naar waar ik zo graag wil dat de dingen samen komen, duik ik weer eens in het boek ‘Over Hoop’ van Dr. Cees Zwart. Hij heeft een mooie kijk op het transformatietijdperk. Transformatie is een kwestie van tijd. En het vraagt om een andere kijk op tijd en de kwaliteiten die het in zich heeft. Verleden-Heden-Toekomst duidt hij als Geworden tijd - Daadwerkelijke tijd - Toekomende tijd. Het verleden plaatsen we graag achter ons, maar eigenlijk draag je je verleden met je mee: alles waarin je geloofde, waaraan je je energie gaf en waarvan je pas achteraf kunt zien wat ervan geworden is. Het zijn de betekenisvolle sleutelmomenten die je meeneemt op je pad. De toekomst plaatsen we vaak ver voor ons uit, alsof we daar niet bij kunnen. En aangezien de huidige ontwikkelingen snel gaan is die toekomst aardig onvoorspelbaar geworden. Maar als we de toekomst zien als naar ons ‘toekomende tijd’, dan geeft dat een heel andere beleving. Tijd dat naar ons toekomt openbaart onze dromen en dat wat mogelijkerwijs aan de horizon verschijnt. Hoop verbindt ons met die mogelijkheden. De toekomende tijd ligt voor ons, maar werkt ook terug in de tijd. In die beweging komen 'het geloof' van het verleden en 'de hoop' voor de toekomst samen. Het NU zien we als vluchtige tijd, omdat we ons vasthouden aan het verleden of ons richten op de toekomst. Maar juist het NU kan de verbindende factor zijn tussen deze twee polen als je het NU ziet als een ‘flow’, een liefdevolle beweging, ‘the place to be’, waar we met onze volle aandacht aanwezig moeten zijn om op te vangen wat zich aandient. Transformatie vindt in dit middengebied plaats met liefde als de verbindende kracht.

Interessant is nu, dat transformatie polair werkt en niet lineair. Het richt zich naar twee kanten: naar het verleden én naar de toekomst. In het NU komen die twee polen bij elkaar en gaat het om de vraag: Wat hebben ze elkaar te vertellen? Juist in het spanningsveld tussen die twee polen daar ontstaat de beweging, daar ontstaat het verhaal, daar vindt de cocreatie plaats. Het is de verbinding die zorgt voor de transformerende kracht. Dan verdwijnt ook de angst. In dat midden zoeken we elkaar op, bevragen we elkaar, delen we onze ervaringen en ondersteunen we elkaar. Dan creëren we samen wat we alleen niet kunnen: vanuit een liefdevolle verbinding en vanuit gezamenlijke waarden.

Mijn hoop is dat we de schoonheid die we hebben ervaren in de lockdown levend houden; dat we uit de overlevingsmodus stappen en terugkomen in de flow van het leven. Dan kan het weer stromen. Dan wordt de bestaande werkelijkheid op een hele nieuwe manier gevuld en laten we ons leiden door onze liefde voor het leven. Daar word ik blij van!

Waar is de vrij- en ruimdenkende mens gebleven?

We zeggen zo gemakkelijk dat we vrij- en ruimdenkend zijn en dat we in vrijheid onze mening mogen uiten. Maar in hoeverre doen wij dat eigenlijk? Aanleiding voor deze blog is mijn ontmoeting met Marijn Poels, een onafhankelijk documentairemaker die met een ruime blik naar het klimaatvraagstuk kijkt en daarover een documentaire maakte; ‘The Uncertainty Has Settled’. Deze film wordt door een grote groep enthousiast ontvangen en tegelijkertijd is er veel ophef over deze film. Waarom? Omdat Marijn verder kijkt dan de gevestigde mening over het klimaatvraagstuk? Verder kijkt dan de richting waarop wij koersen en waaraan het geld besteed wordt? Zet hij andere meningen in de schijnwerpers die niet gewenst zijn? Marijn volgde zijn eigen nieuwsgierigheid rondom het klimaatvraagstuk en filmde dat proces. Prachtig vind ik de film. Wat begon als zijn zoektocht, levert hem nu al een paar jaren dreigmails op die hem verbieden de film te tonen. Hoe is het mogelijk dat een documentaire die zo open-minded is, in ons vrij- en ruimdenkend land, niet getoond mag worden?! Waar is de vrij- en ruimdenkende mens gebleven? En hoe gaan wij als samenleving om met ingewikkelde vraagstukken als het klimaatvraagstuk? 

Denken of nadenken vraagt om volwassenheid

In mijn uitzending ‘Levensverhaal InZicht’ spreek ik met Marijn Poels over zijn leven. Blij is hij met de ruimte die ik hem geef om zijn eigen levensverhaal te vertellen; over hoe zijn leven gelopen is en waarom hij doet wat hij doet. Die ruimte krijgt hij meestal niet. In de meeste interviews wordt de inhoud zo gekanaliseerd dat hij enkel sociaal wenselijk kan antwoorden. Hij vertelt hoe zijn levensgeschiedenis hem brengt bij het produceren van de documentaire-trilogie over het klimaatvraagstuk en over het vrije-denken. Als ik hem vraag wat hij heeft met levensverhalen zegt hij: “De kunst is om met al onze levensverhalen bij elkaar iets moois te doen in het leven mét elkaar. Ik vind het interessant om regelmatig uit mijn eigen levensverhaal te stappen om het levensverhaal van die ander te kunnen begrijpen. Dat is soms ook pijnlijk, want je verwoest wel steeds je eigen levensbeeld.” Hoezo? vraag ik. Hij vervolgt; “Nadenken is voor mij dat ik mijn eigen mening langs een tegenovergestelde mening zet en mezelf loskoppel van mijn eigen mening. Ik ga als het ware tussen die twee meningen staan en laat ze samen een oorlogje voeren. Het beste argument wint. Dat kan soms ook de andere kant zijn en dat is dan best pijnlijk. Denken of nadenken is best ingewikkeld; het is balanceren tussen je eigen wereldbeeld vasthouden, die los durven laten en een ander wereldbeeld toelaten; Dat is wat ik wil meegeven in mijn films. We kunnen niet in één levensbeeld blijven hangen. Vooral niet in deze tijd waarin veel polarisatie is, we veel te weinig nadenken en we veel te veel in onze eigen ‘stam’ blijven hangen. We zitten in de puberteit met elkaar en zouden wat meer volwassen kunnen worden. In de puberteit wil je graag bij een groep horen en de andere groep verbannen, daar vecht je mee. Dan gaat het niet om waarheid maar wil je bij die groep horen omdat je jezelf nog aan het manifesteren bent in het leven. Alles wat de ander zegt is ‘fout'. Als we volwassen worden, dan hoor je nog steeds bij een groep, maar dan durf je ook mensen binnen je groep aan te spreken. Dan durf je te zeggen; ‘in deze situatie vind ik het niet goed wat we doen, laten we de ander erbij betrekken of samenwerken met elkaar’. Dat is een lastig proces die ook pijnlijk kan zijn. Maar dat hoort bij het leven. Het leven hoeft niet alleen zachtaardig te zijn. Marijn verlangt naar dít vrije denken; naar vrijdenkers.

‘Vrijdenkers’ lijken vrijer dan ze werkelijk zijn; het zijn pubers

Vrijdenker. We willen het graag zijn. Maar wat kenmerkt nu een vrijdenker? Ik zoek het op en lees dat vrijdenken oorspronkelijk gerelateerd is aan het geloof: Iemand die vrij van het geloof denkt, die het denken losmaakt van het kerkgezag. Een vrijdenker is een atheïst, iemand die alleen verstand en ervaring aanvaardt als bron van kennis, die alleen gelooft in het tastbare, het materialisme. Er bestaat zelfs een vereniging van vrijdenkers die streeft naar het weren van indoctrinatie uit opvoeding en onderwijs… ’Vrij’ in deze opsomming lijkt op vrij zijn van een gedachtengoed of van een instituut. Hebben vrijdenkers gewoon een andere mening? Een ander geloof misschien?

Wat is de beschrijving van ruimdenkend dan? Ik lees. Ruimdenkend staat voor; niet gauw oordelen, voor veel dingen open staan, breed, liberaal, niet bekrompen, niet kinderachtig, openhartig, plooibaar, royaal… Deze beschrijving zou ik ook aan een vrijdenker geven! Het woord vrijdenker is vrij interpretabel en lijkt een containerbegrip. De woorden ‘vrij’ en ‘denker’ roepen ieder een eigen beeld op en als je deze twee woorden samenvoegt ontstaat er een nieuw beeld dat vrijer lijkt dan het werkelijk is. Volgens deze beschrijving telt ons land heel veel vrijdenkers! Want juist nu zijn er veel mensen die zich niet meer committeren aan wat we altijd deden en dachten dat goed voor ons was en voor een duurzame samenleving. De grote aanhang van extreem rechtse partijen zou je kunnen zien als een voorbeeld hiervan. Allemaal vrijdenkers? En wat denk je van de mensen die niet op een politieke partij gestemd hebben? Die kun je wegzetten als niet-geïnteresseerd, onwetend. Maar is dat waar? Niet stemmen of niet-reageren is een actie, een stem, en zegt iets over de mate waarin niet-stemmers zich willen committeren aan de partijprogramma’s.   

Vrijdenkers die ook ruimdenkend zijn staan misschien wel open voor andere meningen, maar bevinden zich nog steeds veilig in hun eigen comfortzone. ‘Vrijdenkers’ lijken vrijer dan ze werkelijk zijn; het zijn de pubers van deze tijd, bezig met het bepalen van hun eigen identiteit. 

Kritisch nadenken is een denkwijze dat vraagt om een andere mindset

Wat is er dan nodig om vrij van oordeel, naar een vraagstuk te kijken? Volwassenheid misschien? Ik denk aan wat ik leerde toen ik de overstap maakte van het hbo-onderwijs naar de universiteit. Op het hbo kreeg ik mee dat alles wat ik in boeken las, waar was. Dat was lekker duidelijk. Op de universiteit vertelden ze me dat ik kritisch moet zijn over alles wat ik hoor en lees. Opeens hoefde wat ik las in mijn studieboeken en in de krant en wat ik hoorde op het journaal niet meer waar te zijn. Ze trainden me om zelf na te denken. Door te blijven onderzoeken komen we immers samen steeds dichter bij de waarheid, vertelden ze mij. De waarheid is dan niet een absoluut gegeven maar een voortschrijdend proces. Een proces dat je dichter bij de waarheid brengt. Het bleek een andere mindset, een andere denkwijze waar ik langzaam in groeide. Kritisch nadenken lukt je niet van de ene op de andere dag. Het vraagt een behoorlijke alertheid en een voortdurende staat van verwondering. Bij alles wat ik lees denk ik nu, is dat waar? Wat als ik het van een andere kant bekijk. Wie heeft dit onderzocht en wat is zijn achtergrond? Wat is precies de onderzoeksvraag? En is de onderzoeksgroep groot genoeg om iets te kunnen concluderen? Veel vragen dus. Sommige mensen vinden dat heel vermoeiend. Zoals je ook kinderen op jonge leeftijd zeer vermoeiend kunt vinden, met hun waarom-vragen. Jonge onderzoekers die van nature nieuwsgierig zijn en niet bang om kritische vragen te stellen.

Kritisch nadenken is een zoekproces dat vraagt om zelfreflectie

Kritisch nadenken begint met de aanname dat dé waarheid niet bestaat. Je hebt enkel de intentie om steeds dichter bij de waarheid te willen komen. Naast een open mind, een analytische geest en een flinke dosis nieuwsgierigheid moet je het leuk vinden om op deze manier om te gaan met vraagstukken. Het proces zélf leuk vinden lijkt in strijd met hoe we op dit moment moeilijke vraagstukken, zoals het klimaatvraagstuk, oplossen. We zijn gewend om snel naar een conclusie toe te willen werken. We willen dóór! We willen graag een ja of een nee. Duidelijkheid. Een eindconclusie. Maar als we een hoofdstuk sluiten zeggen we eigenlijk dat we dé waarheid gevonden hebben. “Ja maar’, hoor ik mensen dan zeggen; ‘We moeten uiteindelijk toch een beslissing nemen over wat we gaan doen?”  Klopt! Maar dat betekent toch niet dat we onze ogen en oren kunnen sluiten voor de andere waarheden? Waarom zou die ene waarheid meer waar zijn dan de andere? Je kunt een onderwerp als het klimaatvraagstuk van verschillende kanten onderzoeken. Elk onderzoek geeft zijn eigen inzichten en is even waar. De vraag is; willen we die inzichten samenbrengen, zodat we een breder beeld krijgen en zo steeds dichter bij de waarheid komen? En wat is daar dan voor nodig? Het bijzondere aan kritisch nadenken is dat het vooral gaat over zelfreflectie: Ben je in staat om zelf te reflecteren op een onderwerp of vraagstuk? Denk je actief mee met wat je hoort en leest? Durf je jouw eigen redeneringen kritisch onder de loep te zetten? Jouw eigen overtuigingen te herzien wanneer een ander argument meer hout snijdt? Durf je de grenzen van jouw eigen comfortzone te onderzoeken en je te begeven in het gebied dat buiten jouw comfortzone ligt?

Alleen door samenwerking komen we dichter bij de waarheid

Als twee mensen hun beide handen in volle kracht tegen elkaar aan drukken is er geen beweging en veel energieverlies. Als twee handen ieder een andere kant op bewegen dan is het ieder voor zich. Stel dat twee mensen de handen tegen elkaar aandrukken en een van hen beweegt mee met de ander, vervolgens wissel je van rol. Dan is er steeds één in de lead. Weet je wie dan in de lead is? Dat is de meebewegende. Die bepaalt namelijk de richting! Dat verwacht je niet hè? Degene die hard drukt denkt controle te hebben over de meebewegende. Dat is niet zo. Probeer het maar eens. Neem zelf de meebewegende rol en laat je partner alle hoeken van de kamer zien. Zo kom je samen op mooie plekken en tegelijkertijd heb je veel lol! Bij polarisatie is het interessant te kijken naar de beweging tússen de verschillende polen. Is die beweging werkelijk tégen elkaar en van elkaar af? Waar leidt dat dan toe? Los van ieders standpunt is het de vraag of we werkelijk tegenovergestelde verlangens hebben. Ik geloof echt dat de mens deugt, zoals Rutger Bregman schrijft in zijn gelijknamige boek. We hebben van nature zorg voor elkaar, zorg voor ons leefklimaat. Zouden we dus ook niet allen graag een duurzame samenleving willen? Stel dat elk van de polen een beetje gelijk heeft, dan is het toch interessant om naar elkaar te luisteren en elkaars mening en standpunt werkelijk te onderzoeken? Te kijken waar het elkaar raakt en waar niet? Stap eens uit je comfortzone en verken die van de ander, zodat je samen nieuwe bewegingen kunt maken. Je hebt elkaar juist nodig om dichter bij de waarheid te komen; elkaars handen tegen elkaar, afwisselend meebewegend, samen zoekend naar nieuwe wegen en inzichten. Je hebt juist verschillende vakgebieden, (levens-)ervaringen, werkgebieden nodig om de beweging naar voren te maken.

Mijn verlangen, en ook die van Marijn, gaat over dat zoekproces samen, de beweging om steeds dichter bij de waarheid te komen. Daarvoor hebben we vooral kritisch nadenkende mensen nodig. Dan hoeven er geen dreigmails verstuurd te worden, want dan is de film ‘The Uncertainty Unsettled’ interessant voor iedereen. Dan is er niet één waarheid die de boventoon voert, maar zorgen meerdere waarheden voor meer inzichten over het klimaatvraagstuk en wat we als samenleving te doen hebben. Fijn is het als de vele vrij- en ruimdenkende mensen ook kritisch gaan nadenken en de verbinding aangaan met zichzelf én de ander. Zodat ook zij bijdragen aan het oplossen van lastige vraagstukken.  Dan leveren onze levensverhalen bij elkaar iets moois aan het leven mét elkaar.

Twijfel: Zij hoort erbij, maar misschien niet bij mij.

Ik kan snel beslissen. Ik doe iets wel of niet. Duidelijkheid vind ik fijn. Iets ‘proberen’ niet. Proberen als ‘ik doe mijn best en ik zie wel of het dan lukt’ kan ik niet waarderen. Je doet iets volledig of je doet iets niet, zeg ik regelmatig tegen mijn kinderen. Proberen is misschien wel twijfelachtig. En blijkbaar duld ik geen twijfelachtigheid omdat je er dan niet volledig voor gaat of voor staat. Alsof twijfelachtigheid een uitweg is voor als het moeilijk wordt; een uitvalbasis eindigend met de woorden ‘ik heb mijn best gedaan’. Je best doen, daar begint het toch mee? Voor minder doe je het niet. Wat is twijfel dan? En wat is de waarde ervan?

Ben ik nieuwsgierig als ik twijfel?

Inspiratie voor deze blog kreeg ik van Rocco Ostermann (muzikant en schrijver) die ik in een lezing hoorde zeggen: ’Twijfel. Zij hoort erbij, bij mij. Het is de onrustige maar gezonde tegenhanger van weten, van onkreukbaar geloof. Ik heb meer twijfels dan een wijze man. Zonder wijs te zijn overigens. Ik leef puur op instinct en ik stonk er vroeger geregeld in...' Zo mooi beschreven. Elke zin, elk woord raakt mij. Elk woord is, of lijkt, goed doordacht en opgeschreven. Dat vind ik fijn. Maar zeker weten doe ik dat niet. Is wat hij schrijft waar? Twijfel, zegt Rocco, is de onrustige maar gezonde tegenhanger van weten. Nu wil ik graag weten en de wereld om mij heen snappen. Pas als ik het snap kan ik het loslaten, of juist vastpakken. Mijn nieuwsgierigheid zorgt regelmatig voor vraagtekens, bij wat ik lees of wat ik mensen hoor zeggen. Dat geldt overigens ook voor wat ik zelf schrijf of zeg. Dan denk ik; Is het waar? Klopt het? Is het volledig? Wat wil je ermee zeggen?
Kun je nieuwsgierigheid twijfel noemen? Twijfel over bijvoorbeeld de volledigheid van wat er gezegd en geschreven is? Of het waarheid is of dichtbij de waarheid komt? Of om het even heel extreem te maken: Hoe herken je of iets in deze tijd nepnieuws is? Dan gaat het over niet-zeker-weten. Niet-weten is voor mij gelijk aan weten. Is duidelijk. Niet-zeker-weten hangt er tussenin. Is vlees nog vis. Is gelijk aan proberen. Twijfel. Ik grijp naar het woordenboek en lees: Twijfel is een onzeker gevoel over wat je moet doen of denken, een aarzeling, verdenking, wantrouwen.

Twijfel is als rijden op een rotonde

Twijfel, zo zegt het woordenboek ook, is het niet kunnen kiezen uit mogelijkheden, besluiteloosheid, een dut, innerlijke strijd en een kwestie. Dat ‘dutje’ ertussen is een interessante hè? Over die besluiteloosheid, dat niet kunnen kiezen sprak ik laatst iemand die zich in deze twijfel bevond. Hij zei: ‘Het is als dat ik op een rotonde rijd en niet kan kiezen welke afslag ik neem. Zo blijf ik rondjes rijden en word ik ondertussen naar van mezelf en kom ik niet verder. Wat gebeurt er als je de eerste de beste afslag neemt, zei ik. Wat gebeurt er als je het leven als een avontuur ziet. Neem de eerste afslag en verwonder je over wat er op je pad komt, ook als de gekozen weg moeilijk begaanbaar blijkt. Weet ook dat elke weg zijwegen heeft met weer een nieuw avontuur. Je kunt op elk moment een zijweg inslaan en zien wat er zich dan weer ontvouwt. Twijfel kan je op de plek houden, kan alle beweging stopzetten. Twijfel; een dutje doen kan soms helpen. Verdwijnen in dutjes helpt je niet, omdat het je weghoudt van een keuze. Misschien heb je dan dat onkreukbare geloof van Rocco nodig. Vertrouwen dat het pad dat je kiest je avontuur geeft. Die stip op de horizon blijft toch wel zichtbaar. Welk pad je ook neemt.

Onkreukbaar geloof is vergevingsgezind

Onkreukbaar geloof. Ook zo mooi. Ik denk hierbij aan een vriendin die papier vouwt tot prachtige origami-lampen. Dat komt vast omdat ik bij kreukbaar denk aan papier. Op mijn InspiratiePodium vertelde ze een paar jaar geleden over Origami en de relatie van haar vouwwerk met het leven; Zij vertelde over zorgvuldigheid, haar streven naar perfectie bij het vouwen, over dat je een bang-zijn-vouw hebt en ook wel eens een ‘ik-wil-zo-graag-vouw’. Dat je extreem lief moet zijn voor jezelf en het fijn is om plezier te hebben in wat je doet. Dat je op die manier grote doelen in kleinere stapjes kunt bereiken en dat je zo prachtige lampen en ook fantastische reizen kunt maken. En dan komt het… Je hebt papier dat vergevingsgezind is! Echt! Onkreukbaar geloof is misschien wel gelijk aan dat vergevingsgezind papier dat zorgt dat je op pad kunt gaan en als je er echt een rommeltje van maakt, dat het papier je dat dan vergeeft. Dan kun je de kreuken eruit vegen en mag je verder. Vergevingsgezind papier is als extreem lief zijn voor jezelf. Onkreukbaar geloof dat langzaam transformeert naar vertrouwen. Misschien is vertrouwen dan wel de rustige tegenhanger van twijfel, naast het ‘weten’.

Twijfel is een uitnodiging om in het leven te gaan staan

Rocco had het in zijn lezing ook over ‘goede wil’: Goede wil als in ‘goed willen doen’. Stel dat je met ‘goede wil’ dingen ‘probeert’. Kom je er dan? Of staat twijfel je dan twee keer in de weg? Heb je een focus nodig en meer dan goede wil alleen. Een focus waarover je niet twijfelt: Die stip aan de horizon. Twijfel nodigt je misschien wel juist uit om in het leven te gaan staan. Om moed te verzamelen en lef te hebben om te kiezen en voor iets te gaan. Extreem lief zijn voor jezelf helpt je daarbij. Stil te staan bij waar je van geniet en daar dan ten volle voor gaan. Als twijfel dát brengt dan bied ik met onkreukbaar vertrouwen, twijfel graag de helpende hand. 

Lezing voor de Dag van de Retoriek 2019

Wanneer klopt het?

Ik sta in mijn keuken, met een schaar in mijn hand. Om mijn rechterpols draag ik een wensbandje. Die kreeg ik een paar maanden geleden van iemand, ter afsluiting van een dialoog. Zij legde er drie knopen in, die ik elk een wens meegaf. Wat ik wil is innerlijke vrede, ik wil meer voor mezelf zorgen en ik wil ruimte. Dat alles lijkt me heerlijk! Want, wat ben ik de onrust in mij zat, mijn hang naar geheel gezien te worden, het voortdurend meebewegen met anderen. Ik draai mezelf er helemaal in vast. “Ik draag dit wensbandje tot hij vanzelf afvalt”, zeg ik tegen mijn kinderen, “pas dán zijn mijn wensen vervuld, zo zegt de gever van dit bandje. En waarschijnlijk draag ik hem mijn hele leven, want mijn verlangens zijn zó groot, daar heb ik dit hele leven wel voor nodig. Ik geloofde erin. Echtwaar! Toch sta ik, vier maanden later, met een schaar in mijn hand, voornemens dit wensbandje door te knippen. Mijn hart klopt in mijn keel, mijn adem houd ik in. Zal ik het doen? Klopt het? Wanneer klopt iets? Op de lagere school kreeg je enkel een krul wanneer je alle antwoorden goed had. Wat is eigenlijk kloppend als het om het leven gaat, je relatie, jouw handelen, jouw eigen-zijn. Wanneer geef je het leven, of jouw leven, een mooie rode krul mee? Moet álles goed zijn, voordat het klopt?

Hoe weet je of het klopt?

Het is bijna zomervakantie. Ik heb acht weken vrij en de invulling staat open. Mijn kinderen gaan een aantal weken met hun vader op reis en mijn relatie is pas uit. Dus er is alle ruimte. Je zou kunnen zeggen, het wensbandje werkt wat ruimte krijgen betreft. Mijn gemoed werkt alleen niet mee. Die is zó veranderlijk. Ik ben verdrietig en boos om het verlies van mijn partner. Blij ben ik ook, voel me af en toe zelfs vrij en nieuwsgierig.
Ik besluit de eerste tien dagen alleen te gaan kamperen in de bossen in Winterswijk; een prachtig kampeerterrein waar ik twee jaar eerder ook was. Ik ben vooral benieuwd of ik het goed heb met mezelf. Of ik het fijn kan hebben alleen, zonder anderen. Dit laatste krijgt een extra dimensie wanneer ik in het bos maar één campertje aantref. Ik ga letterlijk in mijn eentje kamperen dus. Durf ik dat? En hoe bepaal ik dat? Ik probeer het antwoord te bedenken, maar kom natuurlijk niet ver. Ik loop vervolgens door het lege bos en zet al mijn zintuigen in om waar te nemen. De leegte, de ruimte, de bomen, al of niet dicht bij elkaar staand, het grote heideveld, het donker, het licht. Voelt het goed? Voelt het veilig genoeg? Heb ik voldoende vertrouwen, ook als het stikdonker is vannacht in mijn tent? Ik kan dat goede gevoel niet pakken. Wel voel ik geen angst en krijg geen hartkloppingen bij de gedachte. Ik besluit te blijven en zet mijn tent op. Mijn nieuwsgierigheid wint.

Mindfuck

De eerste nacht overvalt het duister mij. Weet je hoe donker het is in je tent in het bos? Je ziet echt geen hand voor ogen! Beangstigend vind ik het. En dan de geluiden buiten. Ik hoor geritsel vlak langs mijn hoofd. Ik probeer aan de hand van het geluid in te schatten hoe groot het dier is. Klein denk ik, maar hoe klein is klein… Is het buiten? Of toch binnen misschien? Ik luister nog eens. Ja… het zou echt binnen kunnen zijn en dan schuifelt het langs mijn hoofd. Whoah! Ik doe mijn zaklantaarn aan en zie niets. Mindfuck! Ik word weer gewaar hoe makkelijk mijn mind met mij aan de haal gaat. Want wat zijn eigenlijk de feiten. Ik lig hier in een heerlijk warm bedje, zelfs met een extra lekker matrasje en het is donker. That’s it! Weg met die gedachten! Ik ga slapen. En dat lukt.
Bij het wakker worden komt mijn mindfuck nog eens in gedachten en ook wat ik daarover heb gelezen in het boek van Osho; Hij zegt; de mind op zich bestaat niet, alleen gedachten bestaan. Die komen en die gaan. Ze komen als bezoekers, als gasten, ze zijn niet jouw gastheer. Ik mag dus naar ze zwaaien en ze uitgeleide doen. Dat werkte vannacht!

Ik ben oké, jij ook trouwens

Overdag schrijf ik veel aan mijn boek over mijn oog, waarin twee jaar geleden zich een virus nestelde, die littekens in mijn oog achterliet en zo mijn zicht heeft aangetast. Ik schrijf over hoe die ziekte mij in zijn greep kreeg, hoe ik de zeggenschap over mijn lijf heb bevochten, hoe ik in gevecht ging met de doktoren om als heel mens gezien te worden. Ik schrijf over een beginnende liefde met wie ik de hoogste bergen beklom en met wie ik de diepten van het leven verkende. Ik voel opnieuw hoe aanhankelijk ik ben, hoe groot mijn behoefte aan liefde is, aan aandacht van mijn omgeving en ook in mijn relatie. Hoe oude kwetsuren opnieuw bedelen om een verdiepingsslag. Ik wil ze niet, maar krijg ze gewoon. Ik schrijf en voel en huil en schrijf nog meer. Gedurende die week voel ik een intense liefde voor mijzelf, terugkijkend op twee zulke heftige jaren. Soms wens ik dat ik gemakkelijker in het leven sta, dat ik minder gevoelig ben, minder hang naar verbinding, dat ik minder controle over de dingen wil. En nu zo schrijvende kan ik zo goed voelen dat ik dit bén. Dat als ik het leven opnieuw zou kunnen leven, dan zou ik het opnieuw zó leven, omdat ik dit ben.

Wederzijdse afhankelijkheid maakt ons menswaardiger

Mag ik afhankelijk zijn, zo vraag ik me op een avond voor mijn tentje af. Het voelt als dat dat in onze samenleving niet zomaar mag. Tegelijkertijd vind ik dat zelf ook niet prettig, dus ik houd me sterk en onafhankelijk. Ik dop mijn eigen boontjes, los mijn eigen sores zoveel mogelijk op. En ergens teer ik in op mijn reserves en doet een ander dat wellicht ook. Doen we daar met elkaar goed aan? Is het niet veel fijner als we ook onze afhankelijkheid van elkaar meer ruimte geven? Mijn oog laat me ervaren dat afhankelijkheid ook onderdeel is van mijn leven. Ik kan sommige dingen niet meer of minder goed. Daar kan ik van alles van vinden, maar het is er gewoon. En dat geldt misschien wel voor elk mens. Opgelopen kwetsuren vallen daar voor mij ook onder. Wat maakt toch dat we die het liefst onzichtbaar willen maken, alsof ze er niet zijn. We doen alsof we sterk zijn, onafhankelijk. Terwijl we er ondertussen zo mee strijden, zowel van binnen met onszelf als ook met anderen. Ik drink mijn glas wijn leeg en vraag me af hoe het zou zijn als we elkaar in onze wederzijdse afhankelijkheid zouden ontmoeten, zou het dan niet veel waardiger zijn? Menswaardiger, allesomvattend-waardig. Dan mogen we geheel onszelf zijn, een heel mens. Dan kunnen we misschien samen leven in plaats van ieder voor zich overleven. Dat zou toch meer kloppend zijn?

Het pad van de liefde

Tussen het schrijven door lees ik het boek ‘Louter leven’ van Ivo Valkenburg. Het gaat over het volgen van het pad van de liefde in plaats van die van de angst. Waarbij hij leven gelijk stelt aan de liefde. Wanneer wij, jij en ik, vanuit ons hart leven, dan leven we vanuit liefde. Ik ga het voor mezelf na… Is dat zo? Wanneer wij, vanuit ons hart leven, dan leven we vanuit liefde… Ja, het klopt. Voor mij klopt het, helemaal. Als we vanuit ons hart leven dan is er zoveel schoonheid in onszelf en in ieder mens om ons heen, dan kan het toch niet anders dan dat we de wereld voor elkaar mooier willen maken, elkaar daarbij helpen, elkaar aanvullen om dat voor elkaar te krijgen? Mijn hang hiernaar is zo groot! Mijn verlangen zo intens. En waarom lukt het me dan ook zelf niet dit pad van de liefde te volgen? Wat me in het boek raakt zijn de zinnen die gaan over de vanzelfsprekend waarmee we onze aandacht richten op onze tekortkomingen en angsten en vervolgens het  pad van de angst volgen. Ik herken het. Angstige gedachten en emoties die temaken hebben met gezondheid, geld, controle willen, macht. Het gaat over slachtofferschap. Te denken dat ik mijn emotie of mijn gedachten ‘ben’, omdat ik me ermee vereenzelvig. Dat hoeft natuurlijk niet. Want als ik vanuit mijn hart leef ben ik enkel liefde, handel ik vanuit liefde. En blijkbaar zet ik er van alles tussen. Mijn angsten, de context van waaruit ik ben opgegroeid, mijn opgelopen kwetsuren… Ik laat ze gastheer zijn in plaats van mijn gasten die ik kan begroeten, liefdevol kan omhelzen én uitgeleide kan doen. Ivo schrijft en beschrijft het pad van de liefde als zoiets vanzelfsprekends, keer op keer in andere bewoordingen, dat ik aan het einde van zijn boek weet dat dit ook mijn pad is. Alles in mij zegt daar ‘Ja’ tegen. Ja, ik wil niet anders meer dan dat. En ik weet dat dat niet vanzelf gaat, dat ik keer op keer verleid zal worden door mijn emoties en gedachten… kleine duiveltjes zijn het. Altijd ben ik op zoek naar een knop die ik om kan zetten, die me helpt om uit mijn vaste patronen te stappen. Ik heb het idee dat ik deze knop nu gevonden heb. 

Ivo Valkenburg, de schrijver van het boek ontmoet ik een paar weken later in Roemenië, waar ik een kleine week te gast ben bij hem, zijn vrouw en hun zoon. Na een kort contact via Facebook was er over en weer een vonk, en deze bracht ons deze ontmoeting. Het is voor mij echt thuiskomen. Ik denk vooral doordat we dezelfde taal spreken, liefdevol in het leven staan en elkaar uitdagen om onze essentie te leven en daarin aardig gedreven zijn. Verbazingwekkend hoe het leven dan  voor je beslist als je je hart volgt. We hebben een bijzondere tijd samen. 

Mijn hart heeft geen haast

Via Ivo ontmoet ik Joris Vincken, schrijver van het boek ‘Mijn hart heeft geen haast’. Een prachtige titel, dat direct mijn volle aandacht heeft. Mijn hart heeft geen haast, omdat het niet naar de toekomst rent, maar hier is, de reis in het nu onderzoekend. Het boek is voor mij een en al herkenning. Zijn zoektocht lijkt de mijne wel. Bizar en bijzonder. Ik word deelgenoot van zijn ontdekkingen, ze openen ook mijn ogen, openen mijn hart.

Joris nodigt me in zijn boek uit om een andere reis te beginnen. Niet naar een doel ergens in de toekomst, of om mijn kwaliteiten te ontdekken en mijn valkuilen om te buigen, maar een reis naar waar ik nu ben. Dus om werkelijk onderzoek te doen naar de puurheid van dit moment en hoe bijzonder ik nu ben, hoe bijzonder jij bent, hoe bijzonder ieder van ons is. Altijd is er wel iets te schaven, te transformeren, te onderzoeken, uit te vinden, te repareren. Wat als ik dat stil leg en blij ben met wie ik nu ben; mijn licht en mijn duister, mijn kracht en mijn afhankelijkheid, de liefde die ik te geven heb en mijn intense verlangen naar liefde en verbinding.

Met dit alles sta ik dus in mijn keuken, met een schaar in mijn hand. Met om mijn rechterpols nog steeds het wensbandje. Dit bandje wringt nu, het schuurt, het klopt niet meer. Hoe kan ik een heel mens zijn, als ik een deel van mij liever niet heb en dat wat ik niet heb, wil hebben. Hierover schrijft Joris; Stel je voor, precies zoals je bent, zoals je leven is, dat dat geen fout is. Niet deel van een reis ergens naartoe, geen hoofdstuk uit een leerproces. Wat als dit moment, hier, nu, het doel is van mijn reis… van jouw reis… van onze reis.

Ik voel mijn hart en luister. Ik knip het wensbandje door. En voel dat alles klopt.

Een lezing die ik schreef voor 'De Gebroken Avond' van het FilosofieCafé Doetinchem, september 2019

Ik ga scheiden van jullie papa

We zitten aan de eettafel; mijn twee kinderen en ik. Mijn hart klopt als een razende in mijn keel. Ik heb me voorgenomen dat nu het moment is dat ik hen vertel dat ik van hun papa ga scheiden.. Maar wanneer begin je en hoe? De eerste woorden komen niet, omdat er dan geen weg terug is. Er is nooit een goed moment. En toch zoek ik er nog steeds naar. Ik kijk naar de blije gezichtjes van mijn liefjes en besef me dat alles nu nog fijn is. Precies zoals het is, zoals het voor hun altijd vanzelfsprekend was. Dadelijk verandert álles. Dadelijk hebben mijn kinderen gescheiden ouders. Alleen maar, omdat ik die keuze maak, omdat ik ga voor mijn geluk. Niet voor 40% maar voor 100% geluk. Misschien is dat verlangen gewoon een illusie, bestaat het helemaal niet. en toch vind ik dat ik mag gaan, of dat ik mag gaan staan voor mijn eigen geluk en liefde. Want enkel dan kan ik ook liefde geven, toch? Maar ook dat weet ik niet. Ik heb het van alle kanten gevoeld, doorvoeld, doorgedacht, besproken en uiteindelijk besloten. En nu, op dit moment zou ik dat gehele proces dat jaren heeft geduurd geheel over willen doen. Nu ik op het punt sta mijn kinderen dit bericht te vertellen. Klopt het? Mag dit? Is het een oké beslissing? O God, help! De brok in mijn keel is groot. Mijn tranen komen. Ik begin… "Papa en ik gaan scheiden." Een niet te beschrijven stilte volgt. Een stilte die leeg voelt en zo geladen is. Tranen, die geluidloos uit de ogen van mijn kinderen rollen. We kijken elkaar aan, dwars door onze tranen heen en houden elkaars handen vast. Als de tranen iets kleiner worden vraagt mijn zoon; “houd je dan niet meer van papa?” De moeilijkst te beantwoorden vraag voor mij, wanneer die gesteld wordt door mijn kinderen. Nog steeds. Hoe zeg ik dat ik wel van hun papa houd maar niet meer met hem wil samenleven. Hoe zeg ik dat ik mijn geluk voorrang geef op ons gezinsgeluk, het samenleven met ons vieren in één huis. Het is nu zes jaar geleden. Ik kan me mijn moed en vertrouwen van dat moment bijna niet meer voorstellen.

Mag je als je kinderen hebt uit elkaar gaan?

Wanneer voelt het goed samen en wanneer niet meer. Waar gaat het goed voelen over in, dit voelt eigenlijk niet meer oké. Wanneer teer je op de liefde die er was. Wanneer wordt het samen leven een manier om de boel op de rails te houden, een noodkreet, zeker als je kinderen hebt. Ik heb ervaren dat je een gezin goed kunt organiseren, zeker als je liefdesrelatie een vriendschappelijke relatie wordt. De vraag is, wil je dat? Mijn kinderen zijn uit liefde geboren, groeiden in liefde op en ergens op dat liefdespad zijn de vader van mijn kinderen en ik elkaar kwijtgeraakt als geliefden. Nu kan ik een heel verhaal houden over welke investeringen we hebben gedaan of nog hadden kunnen doen om elkaar beter te begrijpen. Of wat we hadden kunnen doen om elkaar echt te zien, elkaar te zien als hele mensen met een lichte en een donkere kant. Dat vraagt om een eigen verhaal, een ander verhaal. Nu stel ik de vraag; Mag je, wanneer je kinderen hebt, zonder elkaar te veroordelen uit elkaar gaan? Mag je weggaan als het samenleven meer een goedlopend bedrijf is, dan een liefdesrelatie? Mag je weggaan, ook als je nog wel, zeg 40%, van iemand houdt? Of moet de liefde eerst helemaal ‘op’ zijn? En wat doe je als jouw partner niet bij jou weg wil, niet wil dat jij gaat?

Wat is de beste timing om te scheiden als je kinderen hebt?

Sommigen vinden het een egoïstische daad, want dat mag je je kinderen toch niet aandoen? Anderen vinden dat je moet wachten tot je kinderen de deur uit zijn… Zo besloten ook mijn ouders toentertijd. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik achttien was en uit huis. Van mijn tiende tot mijn achttiende was ik hun mediator en heb ik ervaren hoe een niet lopende relatie het hele gezin meeneemt naar de diepe krochten van ellende. Mijn ouders maakten elkaars leven zuur en de mijne ging daarin mee. Ik ondervind daar nog steeds de naweeën van; ik verbind mij gemakkelijk aan een partner, geef me gemakkelijk over aan de liefde: Ik leef het liefst de liefde. En tegelijkertijd vertrouw ik de liefde van die ander niet, of niet gemakkelijk. Ik ben waakzaam en gevoelig voor alles wat erop zou kunnen wijzen dat zijn liefde tanende is. Wat voor mij alles te maken heeft met vertrouwen en eerlijkheid in een relatie. Mijn ouders hebben mij dat, in hun samenzijn, niet voorgeleefd.

Kun je partnerschap verruilen voor vriendschap?

Het is vandaag mijn laatste dag thuis, de laatste dag in het huis waar mijn kinderen opgroeiden en waar mijn man en ik samen jarenlang ons wel en wee deelden. Waar we ook gelukkig waren. Hij wil niet van mij scheiden en heeft zich daar heftig tegen verzet. Hij zei me dat als ik wegga zijn leven niets meer waard is, dat ik dat hem en onze kinderen niet mag aandoen. Ik voel de pijn, zijn verdriet, ons verdriet. En toch… mijn besluit staat vast. Ik kan niet anders. Als ik mijn hart wil volgen dan kan ik niet anders dan gaan. En vandaag is die dag. We zitten allen aan de eettafel met een kop koffie voor ons. Een soort laatste samenzijn in een verwachtingsvolle stilte. Een niet weten die we graag willen invullen, maar die we niet ingevuld krijgen. Want geen van ons weet hoe ons leven zich zal ontvouwen, hoe onze afzonderlijke paden zullen lopen en of het mogelijk is met elkaar op te lopen. Onze vriendschap hoeft niet te veranderen, toch? We zijn en blijven ouders van onze kinderen, voor altijd. Boven alles blijven we verantwoordelijkheid dragen voor ons ouderschap. Gedachten die we al zo vaak hebben gedeeld, vliegen in en uit. Het is een drukke bedoening in mijn hoofd. Mijn hart is stil…Voor ik ga krijg ik twee kadootjes; een klein boeddhabeeld en een klein piramidekaarsje. “Toen we net samen waren kreeg ik van jou een klein poppetje om mij te vergezellen op mijn werkreizen”, ik heb het altijd bij me gedragen, nog steeds. Ik geef jou graag deze boeddha om je te vergezellen op jouw reis door het leven. We hebben goede, gelukkige tijden gehad en minder goede. Laten we ons de gelukkige blijven herinneren en ten aanzien van de toekomst er het beste van maken. Ook samen”. Ik huil vreugdetranen. Wat bijzonder om zo een nieuw hoofdstuk binnen te stappen, vol compassie. We hebben strijd gehad, tot dit moment. Vanaf dit moment hebben we ons partnerschap verruild met vriendschap. En dat klopt. Het klopt met wat er tussen ons is. Het is goed zo.

Een ontdekkingstocht naar het nieuwe

“Jeetje wat erg!”, zegt een moeder op school, als ik haar vertel dat ik en de vader van mijn kinderen gaan scheiden. We staan bij de kapstokken en hangen de jassen van onze kinderen op. Mijn dochter van 10, die naast me staat, kijkt mij met grote ogen aan als ze dit hoort. Ik zie haar denken; papa en mama gaan scheiden, dat weet ik, maar is dat zo erg? O, help! We hebben dit weekend voor het eerst geslapen in het piepkleine gemeubileerde huisje waar we tijdelijk kunnen wonen. We (mijn zoon, mijn dochter en ik) maakten er samen ons huisje van. We liepen door de kleine kamers en bespraken wat we leuk vonden en wat niet; wat mag blijven staan en wat moet absoluut weg omdat we het niet mooi genoeg vinden. We pakten het samen aan en hadden er lol in. We zochten plekjes voor onze eigen spullen, kochten mooie kleden voor over de bank, een paar schapenvachten voor op de grond, voor ieder van ons een nieuwe grappige theemok. “Wat kunnen wij dat goed hè mam, een huisje mooier maken?”, zegt mijn dochter als we de eerste avond tevreden op de bank zitten en rondkijken in onze nieuwe kamer. We hebben het over smaakverschillen, over hoe we in dit kleine huisje tijdelijk met ons drieën zullen wonen, dat zij nu twee huizen hebben en dat wij allemaal nog niet weten hoe het zal gaan. Het is een ontdekkingstocht naar het nieuwe, naar hoe we samen verder gaan. Niet-wetend en licht nieuwsgierig. Ik kijk de moeder aan, die nogal van streek lijkt van mijn boodschap; “Het is niet erg om van elkaar te scheiden”, zeg ik “het wordt voor ieder van ons wel anders”. Waarop de moeder mij niet begrijpend aankijkt. “Ehhh, ja…”, stamelt ze, zich totaal niet bewust van hoe ze haar eigen angst voor een scheiding aan mij kado wilde doen en dat ik haar met dit antwoord dat kadootje weer teruggeef. 

Elkaar ontmoeten in een vrije, nieuw in te vullen ruimte

De vader van mijn kinderen en ik zitten in een restaurant. We zijn nu een jaar gescheiden en blikken terug op het afgelopen jaar. Een jaar waarin we langzaam onze weg vonden zonder en met elkaar. Altijd oog hebbend voor ieder van ons en de kinderen voorop. Zo vierden we dat jaar ook Sinterklaas samen, hadden we een dagje kerst, eten we regelmatig met de kinderen. Langzaam wennen we, voelt het steeds meer oké om uit elkaar en met elkaar te zijn. Vrienden om ons heen verbazen zich daarover; “Jeetje wat doen jullie dit goed!”. Wat doen we dan goed, vraag ik me af? Dat we ouders zijn van onze kinderen? Dat we liefhebbend blijven? Eigenlijk is er ten opzichte van een jaar eerder niet veel veranderd. Toen ook was onze relatie vriendschappelijk en liefdevol, maar zat het partnerschap ons in de weg.
“Hoe is het voor jou om alleenstaand te zijn en parttime voor de kinderen te zorgen?” “Dat voelt oké”, zegt de vader van mijn kinderen. “Er is rust tussen ons en in mij. Ik vind het fijn hoe we met elkaar omgaan”. “Ja”, zeg ik, “dat voelt voor mij ook zo. Het is net of we elkaar ontmoeten in een soort vrije ruimte, die opnieuw ingevuld kan worden. Het voelt als dat we nu meer onszelf zijn, waardoor onze kinderen misschien juist daardoor het beste van ons alle twee krijgen”. We praten over onze kinderen voor wie het wennen is. Voor onze zoon nog iets meer dan voor onze dochter. Ze missen het gezinsleven met twee ouders, want ergens willen ze dat natuurlijk het liefst. En dat het er nu niet is, is een gegeven waar ook zij mee te dealen hebben; waar wij allen mee dealen. Daar vloeien soms tranen over en dat is oké. Wanneer we buiten komen kijk ik in de ogen van een aantal onbekende mensen op het terras. We groeten, maken een grapje, waarna een van hen ons naroept; “Wat zijn jullie een leuk stel!”

Gezamenlijk geluk is meer dan de optelling der delen

Bijzonder vind ik het dat wanneer ik anekdotes vertel over hoe we ons leven liefdevol vervolgen, er altijd iemand is die vraagt; “Waarom ben je weggegaan? Jullie komen vast wel weer bij elkaar”. “Nee hoor”, zeg ik dan. “We hebben het prima zo. We zijn heel tevreden en blij dat we ons ouderschap op deze manier vorm kunnen geven. Dat zouden meer gescheiden ouders zo moeten doen!”
Een levenslange liefdesrelatie hebben, kan dat? Ik weet het niet. Ik vind het heel bijzonder, om elkaar levenslang te blijven volgen en in verbinding te blijven met zowel mijn eigen essentie als met die van de ander. Het is al lastig genoeg om bij mijn eigen essentie te komen en te blijven. Toen ik trouwde was ik zwanger. Ik heb mijn Ja-woord gegeven om in goede en minder goede tijden er te zijn voor de ander. En dat Ja-woord dat klopt denk ik nog steeds, ondanks onze scheiding. Want mijn ‘Ja’ ging misschien ook wel over mijn vertrouwen om samen het ouderschap aan te gaan, om samen zorg te dragen voor het kind dat ik droeg. Ik denk dat het daarover gaat. Dat wanneer je samen besluit kinderen op de wereld te zetten, dat je vertrouwen hebt dat je dat samen met juist die partner doet. Een verantwoordelijkheid die levenslang is, in goede tijden en ook in lastigere tijden. Daarin had ik alle vertrouwen. De vader van mijn kinderen is dan nu niet meer mijn liefdespartner, maar is wel de vader van mijn kinderen en mijn allerbeste vriend. Een liefdevolle vader, een liefdevolle vriend, die er altijd is en zal zijn voor mijn kinderen en ook voor mij. Ook dat is volgens mij gezinsgeluk. Zo voelt het wel. We ervaren juist nu gezinsgeluk omdat we meer ruimte voelen en rekening houden met elkaar, ook met elkaars geluk. Dus misschien stijgt gezinsgeluk - wat voor vorm je er ook maar aan geeft- uit boven ieders eigen geluk. Kom je veel dichter bij de liefde als je het gezamenlijke geluk kunt ervaren, het geluk dat meer is dan de simpele optelling der delen. En dát zijn de vruchten van ons proces op het pad van de liefde.

e-book-banaan

Maria Mazarakis

Bergstraat 35
6811 LC Arnhem

+31 653 776 954

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram